Waar eindigt verantwoordelijkheid, waar begint schuld?

Waar eindigt verantwoordelijkheid, waar begint schuld?

6 oktober 2026

Over victim blaming, empowerment en herstel na seksueel geweld

Text: Martha Roos - Beeld: Pixabay

In het maatschappelijk gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag bestaat een opvallende spanning. Enerzijds benadrukken we terecht dat slachtoffers geen schuld dragen voor wat hen is overkomen. Anderzijds horen we steeds vaker dat slachtoffers verantwoordelijkheid moeten opnemen voor hun herstel, hun grenzen moeten leren aangeven en moeten werken aan patronen die hen mogelijk kwetsbaar maken voor toekomstig geweld.

Dat roept een moeilijke vraag op: waar eindigt verantwoordelijkheid en waar begint schuld? Die vraag is niet louter semantisch. De manier waarop we hierover spreken, beïnvloedt hoe slachtoffers naar zichzelf kijken, hoe daders verantwoordelijkheid opnemen en hoe herstel vorm krijgt.

Een deel van de verwarring ontstaat doordat we in deze gesprekken verschillende psychologische processen door elkaar gebruiken. We hebben het over schaamte, schuld, verantwoordelijkheid en controle alsof het vanzelfsprekende begrippen zijn, terwijl ze naar verschillende ervaringen verwijzen. Dat verschil lijkt theoretisch, maar heeft belangrijke gevolgen voor hoe we naar daders, slachtoffers, herstel en preventie kijken.

Schaamte, schuld, verantwoordelijkheid en controle

Om die gevolgen beter te begrijpen, loont het de moeite om eerst stil te staan bij de verschillen tussen deze begrippen. Schaamte gaat over wie iemand is. Ze uit zich in gedachten als: ik ben slecht, ik ben beschadigd, ik ben mislukt. Schuld gaat over wat iemand gedaan heeft. Verantwoordelijkheid gaat over de vraag wat iemand vandaag kan doen in relatie tot wat gebeurd is. Controle ten slotte verwijst naar de mate waarin iemand invloed ervaart op zijn gedrag, keuzes en toekomst.

Hoewel deze begrippen dicht bij elkaar liggen, verwijzen ze naar verschillende processen. Juist daarom is het belangrijk ze van elkaar te onderscheiden. Opvallend genoeg spelen al deze processen zowel bij daders als bij slachtoffers een rol. Zo kunnen beiden schaamte ervaren, maar lijkt die voor niemand bijzonder helpend. Omdat schaamte zich richt op de persoon zelf, werkt ze vaak verlammend en nodigt ze eerder uit tot terugtrekking dan tot verandering.

In tegenstelling tot schaamte kan schuld soms wel een constructieve functie vervullen  

Schuld heeft niet voor iedereen dezelfde betekenis

In tegenstelling tot schaamte kan schuld soms wel een constructieve functie vervullen. Bij daders kan schuld erkenning mogelijk maken van het veroorzaakte leed en een noodzakelijke stap vormen richting verantwoordelijkheid. Zonder enig schuldbesef wordt gedragsverandering bijzonder moeilijk.

Bij slachtoffers ligt dat fundamenteel anders. Wanneer slachtoffers zichzelf verantwoordelijk beginnen achten voor het geweld dat hen werd aangedaan, ontstaat het risico op zelfverwijt en minderwaardigheid. Schuld kan dan gaan aanvoelen als een bevestiging dat men het geweld heeft uitgelokt, verdiend of had moeten voorkomen. Dat maakt herstel moeilijker.

Daarom benadrukken we terecht dat slachtoffers geen schuld dragen voor wat hen is overkomen. Maar precies op het moment dat schuld wordt afgewezen, komt een andere vraag naar voren: welke verantwoordelijkheid kan iemand dan wel opnemen in herstel?

Verantwoordelijkheid is niet hetzelfde als schuld

Wanneer gesprekken verschuiven naar preventie of herstel, horen slachtoffers vaak dat ze moeten leren hun grenzen aan te geven, assertiever moeten worden of bepaalde patronen moeten doorbreken. Op zich kunnen dat waardevolle adviezen zijn. Toch ontstaat hier snel verwarring.

Schuld verwijst naar het verleden, verantwoordelijkheid naar de toekomst.

Verantwoordelijkheid wordt dan soms ervaren als een impliciete vorm van schuld. Alsof werken aan jezelf automatisch betekent dat je ook verantwoordelijk was voor wat gebeurd is. Dat is niet zo. Schuld verwijst naar het verleden: wie veroorzaakte het geweld? Verantwoordelijkheid verwijst naar de toekomst: wat kan iemand vandaag doen om invloed uit te oefenen op wat nog komt?

Dat onderscheid lijkt klein, maar is fundamenteel. Wanneer we die twee begrippen vermengen, dreigt empowerment ongemerkt om te slaan in victim blaming. Maar zelfs daarmee zijn we er nog niet. Want wanneer we spreken over verantwoordelijkheid in herstel, bedoelen we vaak iets dat daar nog onder ligt.

Wat we eigenlijk bedoelen, is controle

Wanneer we zeggen dat daders verantwoordelijkheid moeten opnemen, bedoelen we uiteindelijk dat zij controle moeten verwerven over hun gedrag. We willen dat zij hun impulsen leren herkennen, grenzen respecteren en geen nieuw grensoverschrijdend gedrag stellen.

Bij slachtoffers ligt de situatie anders, maar ook daar draait het uiteindelijk om controle. Een van de meest ingrijpende gevolgen van seksueel geweld is immers het verlies van controle. Niet alleen over wat er gebeurde, maar vaak ook over het eigen lichaam, de eigen veiligheid en het vertrouwen in het eigen oordeel.

Herstel betekent dan niet dat iemand schuld moet opnemen voor wat gebeurd is. Het betekent dat iemand geleidelijk opnieuw een gevoel van invloed en handelingsvermogen ontwikkelt. In de psychologische literatuur wordt dat vaak omschreven als agency: het gevoel opnieuw richting te kunnen geven aan het eigen leven. Wanneer slachtoffers leren grenzen herkennen en aangeven, gaat dat dus niet over schuld. Het gaat over het herwinnen van controle. Dat lijkt een subtiel verschil, maar het verandert fundamenteel hoe we naar herstel kijken.

Implicaties voor herstel en preventie

Deze nuance heeft belangrijke gevolgen voor hulpverlening, preventie en het maatschappelijk debat. Wanneer we slachtoffers benaderen vanuit schuld, versterken we zelfverwijt. Wanneer we hen uitsluitend benaderen vanuit verantwoordelijkheid, dreigen we impliciet te suggereren dat zij toekomstig geweld moeten voorkomen.

Wanneer we daarentegen vertrekken vanuit controle, verschuift de aandacht naar empowerment. Niet omdat slachtoffers verplicht zijn zichzelf te veranderen, maar omdat het herwinnen van invloed op het eigen leven een essentieel onderdeel van herstel kan zijn.

Herstel en preventie draaien uiteindelijk niet om schuld, maar om het herwinnen van controle  

Hetzelfde geldt voor daders. Ook daar is het uiteindelijke doel niet dat iemand levenslang schuld blijft voelen, maar dat die persoon voldoende controle ontwikkelt om geen nieuwe slachtoffers te maken.

Wat we uiteindelijk voor zowel daders als slachtoffers wensen, zij het om heel verschillende redenen, is controle. Voor daders betekent dat controle over hun gedrag. Voor slachtoffers betekent het controle over hun leven.

Dat maakt dader en slachtoffer niet gelijk. De morele en maatschappelijke betekenis van hun ervaringen blijft fundamenteel verschillend. Maar het helpt wel scherper te zien waar herstel en preventie uiteindelijk om draaien: niet om schuld, maar om het herwinnen van controle.

___

Martha Roos schrijft over kwetsbaarheid, macht, herstel en menselijke ambivalentie. In haar werk nodigt ze uit tot een genuanceerder beeld van complexe maatschappelijke thema’s, in het bijzonder rond seksueel grensoverschrijdend gedrag. Haar doel is niet om hét antwoord te formuleren, maar om het gesprek te verdiepen. Nuancering betekent voor haar geen relativering van geweld of vermindering van verantwoordelijkheid, wel een noodzakelijke voorwaarde voor preventie en voor het herstel van slachtoffers.

 

Close