“Ik hoef mij niet meer te verbergen”
17 augustus 2026
Ludo Van Geldorp over internering, herstel, vertrouwen en geloof
Ludo Van Geldorp werkt als ervaringsdeskundige internering in het psychiatrisch ziekenhuis Bethanië, in Zoersel. Hij doorliep een lang en zwaar traject van internering, opname, herval en herstel. Vandaag gebruikt hij die ervaring om anderen te ondersteunen. Open en zonder omwegen vertelt hij over zijn werk, zijn verleden, wat hem vooruithielp en welke rol zijn geloof daarin speelt.
Wat doe je precies als ervaringsdeskundige?
“Ik werk in Bethanië in een project rond internering, samen met mensen van het inloophuis HOP, met andere ervaringswerkers en met partners zoals Multiversum. We hebben overleg, intervisies, studiedagen en uitwisseling, allemaal rond internering en herstel.
In de herstelwerkgroep rond internering werk ik samen met een collega-ervaringsdeskundige. Hij brengt herstelkennis uit de reguliere geestelijke gezondheidszorg mee, ik breng de ervaring van internering mee. Dat vult elkaar aan. Internering zit immers op het kruispunt van zorg en justitie. En net daar dreigt de mens soms uit beeld te verdwijnen. Daar wil ik iets betekenen.”
Dat hij vandaag zo helder en open spreekt over internering, is voor Ludo allerminst vanzelfsprekend. Lang heeft hij gezwegen over zijn verleden.
Er zit enorm veel stigma op internering.
“Er zit enorm veel stigma op internering. Mensen denken snel aan gevaar, aan zware criminaliteit, aan opgesloten zijn. Terwijl de realiteit veel complexer is. Veel geïnterneerden leven niet constant in een instelling of gevangenis, maar onder voorwaarden, met begeleiding. Alleen: het etiket blijft. En dat weegt. Ik heb dat zelf heel sterk gevoeld.
Mijn vrienden wisten lange tijd niet dat ik geïnterneerd was. Ik schaamde mij daar enorm voor. Dat was voor mij een dubbel stigma: enerzijds psychiatrische kwetsbaarheid, anderzijds het beeld van: die heeft in de gevangenis gezeten, die is geïnterneerd. Dan word je al snel gezien als gevaarlijk of als grote bandiet. Dus ik hield dat verborgen.”
Wie was je vóór je internering?
“Ik leefde vrij losbandig. Ik trok me weinig aan van regels. Ik was als het ware de Robin Hood van de buurt. Iedereen was mijn vriend, ik wou er zijn voor mijn kameraden, en dat vond ik belangrijker dan wat de maatschappij van mij verwachtte. Maar onder dat gedrag zat veel pijn.
Er zijn in mijn leven veel trauma’s geweest
Er zijn in mijn leven veel trauma’s geweest. Een huisbrand toen ik jong was. Misbruik in de familiekring tijdens mijn adolescentie. En thuis hadden we eigenlijk nooit geleerd om met gevoelens om te gaan. Er werd niet gepraat over wat je voelde. Dus ik heb andere manieren gezocht om daarmee om te gaan.
Ik begon te gokken. Ik begon in te breken om dat gokken te kunnen betalen. Nu kan ik dat benoemen als coping- of vluchtgedrag. Toen voelde dat gewoon als: ik moet iets doen om niet te voelen wat er vanbinnen gebeurt.”
Die binnenkant bestond uit angst, verdriet en depressie, vertelt hij. “Hyperventilatie, hartkloppingen, paniek, en dat soms de hele dag door. Gokken was voor mij een manier om daar even niet mee bezig te zijn. Dat was mijn vlucht. Mijn drugs, eigenlijk.”
Toch schuift hij de verantwoordelijkheid niet af. “Natuurlijk waren er omstandigheden, trauma’s, verkeerde vrienden, verkeerde keuzes. Maar ik heb die feiten wel gepleegd. Ik neem daar verantwoordelijkheid voor.”
Hoe begon je traject binnen justitie en internering?
“Toen ik 23 was. Eerst gevangenis, dan voorwaarden, dan opnieuw feiten. Ik dacht toen: dit is mijn leven, dit ben ik. Ik had niet door dat er onder mijn gedrag iets zat dat behandeld moest worden. Er waren thuis veel conflicten, ik bleef gokken, het liep vast.
Via mijn justitieassistent kwam er dan een eerste opname in Bethanië. Voor mij was dat echt een kans op ommekeer.”
Die kans betekende niet dat het traject plots rechtlijnig verliep. Integendeel. Zijn internering zou uiteindelijk bijna twintig jaar duren.
“En dat is lang. Veel langer dan mensen zich kunnen voorstellen. Maar dat komt niet uit het niets. In zo’n traject ga je soms vooruit en dan weer achteruit. Je hervalt, je botst, je bent koppig, je maakt fouten. En één fout kan grote gevolgen hebben.
Op een bepaald moment had ik werk, en dat werk was ook een voorwaarde. Maar ik voelde mij depressief en angstig, en ik gaf die job op omdat ik hulp wou. Voor mij was dat een noodkreet. Voor justitie was dat het schenden van een voorwaarde. Dat heeft mij opnieuw een jaar gevangenis gekost. Dat komt hard aan.”
Tussen 2007 en 2018 verbleef hij grotendeels in Rekem. Hij vertelt over een ogenschijnlijk klein incident dat grote gevolgen had. “Er stond een trolley voor mijn deur. In mijn oude denkpatroon dacht ik: die zal dan wel voor mij zijn. Dat werd gezien als diefstal en ik moest terug naar de gevangenis.”
Wat dat met hem deed? “Verdriet. Heel veel verdriet. Het gevoel van: ik geraak hier nooit meer uit. In de gevangenis probeerde ik mij bezig te houden met werk, met muziek, … Want als ik te veel in mijn eigen gedachten bleef zitten, dan werd het heel donker.”
Vertrouwen is voor mij het sleutelwoord: mensen die in mij bleven geloven op momenten dat ik het zelf niet meer deed.
Wat heeft je geholpen om toch te herstellen?
“Vertrouwen. Echt waar: vertrouwen is voor mij het sleutelwoord. Mensen die in mij bleven geloven op momenten dat ik het zelf niet meer deed. Begeleiders, hulpverleners, mensen in het psychiatrisch verzorgingstehuis, in beschut wonen, later ook collega’s. Dat heeft voor mij het verschil gemaakt.
En dat vertrouwen zat vaak in kleine dingen. Ik kreeg taken. Ik mocht flyers rondbrengen. Ik kreeg een badge. Ik kreeg verantwoordelijkheden. Voor iemand anders lijken dat details, maar voor mij waren dat grote stappen. Jarenlang had ik geen gevoel van eigenwaarde gehad. En ineens voelde ik: ze vertrouwen mij. Ze zien meer in mij dan alleen mijn dossier.”
Herstel kwam voor hem niet in één grote doorbraak, maar in een opeenstapeling van ervaringen. De werkgroep voor ervaringswerkers in Rekem was daarin belangrijk, omdat hij daar begon te voelen dat zijn verhaal misschien nog iets kon betekenen voor anderen. Ook de spiegelsessies met paarden maakten veel los.
“Daar leerde ik observeren, luisteren, minder impulsief reageren, eerlijk zijn. Een dier voelt meteen of jij ‘echt’ bent of niet. Dat kan je niet faken. Ik heb er veel geleerd over hoe ik in contact sta met mezelf en met anderen.”
Welke rol speelt je geloof in je herstel?
“Een heel grote rol. Ik heb in mijn leven te veel dingen meegemaakt die voor mij geen toeval meer waren. Ontmoetingen, kansen, mensen die op mijn pad kwamen op het juiste moment… Voor mij heeft dat het geloof in God, in Jezus wakker gemaakt. Het gaf mij hoop, richting en volharding. En ook de overtuiging dat ik niet vastzit in wat ik gedaan heb. Dat herstel mogelijk is.”
Begin 2025 stopte zijn internering definitief. “Als je al zoveel keer ‘nee’ hebt gekregen, ga je er bijna niet meer van uit dat het ooit stopt. Dus toen het gebeurde, had dat grote impact. En ja, ik heb toen ook meteen gedacht: dank u God.”
Vandaag kiest Ludo bewust voor openheid. Niet alleen in zijn werk, maar ook in zijn leven daarbuiten. “Ik wil geen twee gezichten meer hebben. Ik heb geleerd dat eerlijkheid beter werkt dan verbergen. Ook nu, in het gewone leven. Toen ik recent een woning huurde, heb ik gewoon eerlijk gezegd dat ik uit de psychiatrie kwam en dat ik begeleid werd. Veel mensen denken dat ze dat moeten verzwijgen uit schrik voor stigma. Maar ik heb ervaren dat openheid deuren kan openen.”
Kijk niet alleen naar wat iemand gedaan heeft. Kijk naar de mens.
Tot slot wil hij vooral dat mensen anders leren kijken naar internering. “Kijk niet alleen naar wat iemand gedaan heeft. Kijk naar de mens. Naar de kwetsbaarheid. Naar de pijn. Naar de reden waarom iemand ontspoord is. Dat is geen goedpraten, maar wel begrijpen. Ik hoop dat er in de toekomst nog meer op zorg wordt ingezet. En dat mensen niet alleen het etiket zien, maar de persoon.”
Waar hij vandaag het meest trots op is, hoeft hij niet lang te bedenken. “Op mijn job. Omdat ik daarin helemaal mezelf mag zijn. Ik hoef mij niet meer te verbergen. Ik kan zeggen wie ik ben, wat ik heb meegemaakt, wat mij geholpen heeft. En als dat voor iemand anders hoop geeft, dan is dat voor mij misschien wel het mooiste dat er is.”
Dit artikel verscheen in ons het lentenummer 2026 van ons tijdschrift Spiegel
Interview en foto: Nadia Mahjoub