Opinie: Niet elke ambivalente relatie is manipulatie

Opinie: Niet elke ambivalente relatie is manipulatie

22 april 2026

Tekst: Martha Roos - Beeld: Pexels

In mijn vorige opiniestuk schreef ik hoe ons denken over seksueel grensoverschrijdend gedrag breder is geworden: we erkennen steeds vaker dat geweld zich niet beperkt tot het clichébeeld van “de verkrachter in de bosjes”, maar voorkomt binnen relaties, families, verenigingen en zorgcontexten. Toch blijven we in dat verbrede gesprek vaak vasthouden aan strakke rollen: “de dader” en “het slachtoffer”, alsof hun ervaringen en posities eenduidig zijn.

Iets gelijkaardigs gebeurt vandaag met het begrip “ambivalente relatie”. Het kreeg terecht een plek in het debat als aanduiding voor situaties waarin geweld samengaat met zorg, verbondenheid of afhankelijkheid. Maar ook hier zie ik een nieuw simplistisch kader ontstaan: ambivalentie wordt bijna automatisch geïnterpreteerd als manipulatie, terwijl er ook sprake kan zijn van al dan niet wederzijdse oprechte genegenheid. Die werkelijkheid is complexer dan het model waarmee we haar vandaag proberen te vatten.

“De ambivalente relatie”

In het publieke discours wordt de aanwezigheid van liefde of geborgenheid in zulke relaties vaak automatisch gelezen als manipulatie. De dader verschijnt dan als iemand die affectie, bewust of onbewust, inzet als instrument om controle te behouden.

In sommige gevallen is dat ongetwijfeld zo. Maar niet in alle.

Niet elke relationele dynamiek laat zich reduceren tot strategie of berekening. Wat als genegenheid niet louter een middel was, maar ook een oprechte component van de relatie? Wat als iemand tegelijk zorg kan dragen én grenzen kan overschrijden, zonder dat die zorg daarom volledig onecht wordt?

Dat maakt het geweld niet minder ernstig. Het maakt de werkelijkheid wel complexer dan het kader waarin we haar vaak willen vatten.

Wanneer het publieke discours te strak wordt, ontstaat het risico dat we opnieuw ervaringen uitsluiten: niet omdat ze geweld ontkennen, maar omdat ze niet volledig passen binnen het dominante interpretatiemodel.

“Het slachtoffer”

Die vereenvoudiging heeft ook directe gevolgen voor hoe we naar slachtoffers kijken. Het verwachte traject lijkt helder: wie een gewelddadige relatie verlaat, “wordt wakker”, herkent manipulatie en voelt woede of afkeer tegenover de dader.

Dat traject bestaat. Maar het is niet het enige. In de realiteit zijn reacties vaak gelaagder: verwarring, verdriet, ontzag, kwaadheid, maar ook vragen. Vragen naar hoe iemand met wie een band bestond, tegelijk bron van pijn kon zijn. Vragen naar betekenis en verantwoordelijkheid.

Niet alle slachtoffers willen of kunnen hun ervaring herleiden tot één sluitend verhaal van misleiding. Niet omdat ze het geweld minimaliseren, maar omdat hun beleving niet eendimensionaal is. Wanneer we als samenleving impliciet verwachten dat haat het eindpunt is, laten we weinig ruimte voor andere vormen van verwerking.

Gevolgen voor herstel

Die beperkte kaders hebben impact op herstelprocessen. Als we herstel uitsluitend denken in termen van breuk of vergiffenis, missen we mogelijk belangrijke noden. De behoefte aan erkenning en schuldbesef van de dader bijvoorbeeld, is geen pleidooi voor mildheid. Ze kan juist voortkomen uit de nood aan duidelijkheid: dat wat gebeurd is, benoemd en erkend wordt als grensoverschrijdend.

Voor sommige slachtoffers kan ook een vorm van veilig en zorgvuldig omkaderd contact bijdragen aan verwerking, niet om relaties te herstellen, maar om antwoorden te krijgen en betekenis te geven aan wat gebeurd is.

Dat vraagt geen afbouw van gerechtelijke verantwoordelijkheid. Integendeel. Verantwoording en sanctionering blijven essentieel. Maar daarnaast is er ruimte nodig voor herstelgerichte benaderingen die rekening houden met de complexiteit van relationele ervaringen, wanneer slachtoffers daar zelf voor kiezen en wanneer dit veilig kan.

Nood aan nuance

Wanneer het maatschappelijk verhaal te eenduidig wordt, riskeren slachtoffers hun eigen ervaring in vraag te stellen of niet geloofd te worden door anderen. Niet omdat hun ervaring minder geldig is, maar omdat ze niet past binnen het dominante kader. Die erkenning is essentieel: dat menselijk gedrag zelden eendimensionaal is, dat relaties complex zijn, en dat herstel niet volgens één vast traject verloopt.

Als we de complexiteit van relaties niet durven erkennen, verliezen we net die slachtoffers uit beeld voor wie nuance geen bedreiging is, maar een voorwaarde voor herstel. Nuance is dus geen relativering van geweld. Ze is een voorwaarde voor een beleid en hulpverlening die aansluiten bij de werkelijkheid van mensen.

___

Martha Roos schrijft over kwetsbaarheid, macht, herstel en menselijke ambivalentie. In haar werk nodigt ze uit tot een genuanceerder beeld van complexe maatschappelijke thema’s, in het bijzonder rond seksueel grensoverschrijdend gedrag. Haar doel is niet om hét antwoord te formuleren, maar om het gesprek te verdiepen. Nuancering betekent voor haar geen relativering van geweld of vermindering van verantwoordelijkheid, wel een noodzakelijke voorwaarde voor preventie en voor het herstel van slachtoffers.

Link naar Martha’s vorige opiniestuk: Opinie: Polarisatie helpt niemand vooruit

Close